Doelstellingen/Eindtermen
Algemene Competenties
De afgestudeerde in staat stellen om verantwoordelijke
functies op te nemen binnen de zorg en hulpverlening voor mensen met een
handicap en te kunnen omgaan met geneeskundige, juridische, ethische,
psychosociale en organisatorische aspecten ervan.
Wetenschappelijke competenties meer in detail
- handicap kunnen zien als veelzijdig fenomeen dat het
resultaat is van complexe interacties tussen lichamelijke, functionele en
maatschappelijke belemmeringen. Een handicap kunnen analyseren op deze
verschillende niveaus. Handicap kunnen zien in een biopsychosociaal model van
gezondheid. Een salutogene kijk ontwikkelen op handicap, waarbij de nadruk
ligt op hoe een individu kan functioneren ondanks een lichamelijke of
verstandelijke beperking
- het fenomeen handicap kunnen kaderen in historische en
culturele perspectieven van omgaan met handicap en de evolutie van het begrip
handicap kunnen situeren in lokale en internationale contexten
- basiskennis hebben over welke lichamelijke aandoeningen
aan de basis liggen van een handicap. Inzicht verwerven in de relatie tussen
neurologische, orthopedische, sensorische, metabole, psychiatrische en
orgaanpathologische aandoeningen enerzijds en de functionele beperkingen
anderzijds. Basiskennis houdt in: etiologie, diagnose en verschijningsvorm van
de verschillende klinische syndromen, op verschillende leeftijden. Basiskennis
van de syndromologie, de voornaamste syndromen die leiden tot handicap:
syndromen van ontwikkelingsstoornissen en aandoeningen op volwassen leeftijd
- inzicht verwerven in genetische aspecten van handicap,
welke zijn de voornaamste genetische letsels, op welke manieren kunnen ze
gediagnosticeerd worden
- inzicht in de samenhang tussen lichamelijke letsels en
ontwikkelingspsychologische, onderwijskundige en orthopedagogische aspecten
van handicap en zijn psychosociale gevolgen
- basiskennis over epidemiologische aspecten van handicap:
voorkomen in de wereld, oorzaken, preventie, infectieziekten
- het bestaan en de onderbouwing van de verschillende
manieren en schalen van functionele ontwikkelingsevaluatie kennen
- een wetenschappelijke en interdisciplinaire kijk
ontwikkelen op ontwikkelingsstimulerende (en paramedische) benaderingen en
therapieën
- een procesgerichte en contextuele kijk ontwikkelen op
handicap, inzicht in aspecten van modificeerbaarheid en plasticiteit, in het
licht van de context
- een probleem i.v.m. handicap op een wetenschappelijk
verantwoorde manier kunnen onderzoeken
Maatschappelijke competenties
1.
kennis over organisatorische en sociale aspecten van de zorg voor mensen
met een handicap. Een overzicht hebben over het bestaande aanbod van
voorzieningen. Kunnen opzoeken van voorzieningen. Analyse van individuele
behoeften in het licht van veranderende maatschappelijke processen in de
richting van inclusie kunnen maken.
2.
basiskennis hebben over juridische aspecten van handicap: evaluatie van
schade, sociale verzekeringsaspecten, tegemoetkomingen, rechtspositie,
inschaling
3.
ethische vragen op een verantwoorde manier kunnen uitdiepen, vanuit een
systeemgerichte benadering
Beroepsgerichte competenties
1.
kunnen verantwoordelijkheid nemen in een interdisciplinair team in de
hulpverlening voor mensen met een handicap
2.
een interdisciplinair evaluatiedossier kunnen samenstellen voor de
aanvraag van sociale tegemoetkomingen
3.
het kunnen plannen en opvolgen van een interdisciplinair zorgplan
4.
kunnen communiceren/ counselen over ethische en psychosociale aspecten
i.v.m. handicap
5.
in staat zijn om anderen te vormen en kennis over te dragen over dit
terrein
Het is
uiteraard niet de bedoeling de specifieke competenties van gespecialiseerde
hulpverleners te vervangen, zoals van de revalidatiearts of de orthopedagoog. De
handicap-master is veeleer een specialistische generalist, die
overzicht en inzicht heeft, kan samenwerken, kan counselen,
kan leiding geven en zorg coördineren.